Hechtende chapes: dun in opbouw, sterk in prestaties

Een hechtende chape wordt rechtstreeks verbonden met de draagvloer en is daarom ideaal wanneer een hoge sterkte nodig is én de beschikbare opbouwhoogte beperkt is. Vooral bij renovaties of betonherstel is dat een groot voordeel. Waar een zwevende chape op folie of isolatie ligt en daardoor dikker moet worden uitgevoerd, laat een hechtende chape toe om met een veel beperktere dikte toch een stevige en duurzame vloeropbouw te realiseren. Bovendien hoef je geen wapening te voorzien en hoef je enkel de bestaande voegen over te nemen.

Stap 1: controle en voorbereiding van de ondergrond

Bij hechtend chappen begint alles bij een correcte controle van de ondergrond. Die moet open poriën hebben en daarnaast stabiel en draagkrachtig zijn. Resten van stof, olie, vet of andere vervuiling moeten volledig verwijderd worden, omdat deze de hechting sterk kunnen beïnvloeden. Eventuele scheuren in de ondergrond kunnen vooraf opgevuld worden met LDS Epoxinject LV om opnieuw een stabiele basis te creëren.

Voor de plaatsing voer je best niet alleen een hechtproef uit, maar ook een sclerometertest. Bij de hechtproef streven we naar een minimale hechtingswaarde van 1,5 N/mm² en bij de sclerometertest naar een druksterkte van minstens 25 N/mm². Wanneer de ondergrond onvoldoende sterkte heeft, kan deze bijkomend verstevigd worden met LDS Silitop. Hierdoor stijgt de druksterkte met 5N/mm² per applicatie.

Vanuit LDS kunnen wij hierin ondersteunen met technische controles, metingen en expertise.

 

Voorbereiden ondegrond

Sclerometertest

Stap 2: hechtlaag en nat-in-nat de chape plaatsen

Vervolgens bevochtig je de ondergrond en borstel je een cementslurry in op basis van water, FloorWITT of RapidoWITT en LDS Acrylate Polymer.

Die samenstelling is bewust gekozen. LDS Acrylate Polymer polymeryseert namelijk door uit te drogen, terwijl cement net water nodig heeft om correct te reageren. Door beide componenten te combineren ontstaat een dubbele werking, waardoor de hechtlaag zowel bij te droge als bij te vochtige ondergronden betrouwbaar blijft functioneren.

LDS Acrylate Polymer speelt hierin een cruciale rol als hechtingsverbeteraar. Het zorgt ervoor dat de cementslurry zich beter verankert in de ondergrond en creëert daardoor een sterke en duurzame verbinding tussen draagvloer en chape. Daarnaast doet de LDS Acrylate Polymer ook dienst als barrière tegen een te snelle uitdroging van de chape, omdat het water niet in de ondergrond trekt.

Daarna wordt de chape nat in nat geplaatst. Dat is een cruciale stap binnen het volledige proces. Wanneer de slurry te ver uitdroogt of de uitvoering niet correct gebeurt, kunnen problemen ontstaan zoals scheuren, schotelvorming of zelfs het loskomen van de chape van de ondergrond. Na plaatsing dam je de chape aan en polier je hem voor een compact resultaat.

 

Nat in nat aanbrengen chape

Aandammen chape

Stap 3: metingen van het resultaat

Tijdens de plaatsing van de chape kan LDS Construct prisma’s maken om deze na 28 dagen te testen op druksterkte en buigtreksterkte in het labo (C25/F5 tot C40/F6).

Na plaatsing kan LDS nog verschillende testen uitvoeren om zeker te zijn van de kwaliteit van de uitvoering. Denk aan droogtemetingen, hechtproeven om de sterkte aan het oppervlak te meten. Zolang de chape niet hol klinkt is men zeker van een goede hechting. Zo kan ook de plaatser van de afgewerkte vloer op beide oren slapen.

Hechtend chappen vraagt dus kennis van materialen én discipline in uitvoering. Maar wanneer je de juiste werkwijze volgt, elimineer je de risico’s en krijg je een bijzonder sterke, duurzame en technisch performante vloeropbouw. Hiervoor kan de chapper steeds rekenen op de technische ondersteuning van LDS Construct op de werf. Zo staan we samen garant voor een goed resultaat.

Droogtemeting

Hechtsterktetest van oppervlak

Hechtende chapes: dun in opbouw, sterk in prestaties